Onvruchtbaar Basispatroon
(OBP)
A: Een gewaarwording
of gevoel van droogheid rond de genitaliën. Het aantal van deze dagen
kan per cyclus variëren. Het kunnen er veel zijn in een lange cyclus maar
ook weinig of geen in een korte cyclus (OBP).
Aa: Voortdurende niet veranderende
afscheiding (OBP). Vruchtbare Fase
B: Het
einde van het droge gevoel betekent dat de
slijmafscheiding is begonnen. Wanneer op de menstruatie geen
droge dagen volgen, is het slijmverlies al begonnen.
Verandering van een aanhoudend onveranderende
afscheiding (OBP) naar “iets anders” geeft mogelijke vruchtbaarheid aan.
C: De ontwikkeling
van slijm (geen vast aantal dagen). Het slijm verlengt de levensduur van
de zaadcellen. Bevruchting kan plaatsvinden bij elk genitaal contact op
dagen met slijm, voorafgaande aan de eisprong en tot drie dagen na de
PIEK.
D: Op het
moment van de grootste vruchtbaarheid geeft het slijm een duidelijk glibberig
gevoel. De laatste dag van dit gevoel wordt aangegeven als de PIEK. Dit
punt ligt zeer dicht bij het tijdstip van de eisprong. Heldere slierten
slijm kunnen één of twee dagen voor de PIEK worden gezien, maar ze verdwijnen
en laten een glibberig gevoel achter. De schedeuitgang is gezwollen.
E: Er is
geen natheid of glibberigheid na de PIEK.Op de dag volgend op de PIEK
wordt het slijm vlokkig en kleverig of het verdwijnt helemaal en laat
aan de schedeuitgang een droog gevoel na. De dagen 2 en 3 zullen ook een
vlokkig en kleverig slijm geven, of ze zijn droog. Elk genitaal contact
gedurende deze drie dagen na de PIEK kan leiden tot zwangerschap.
Onvruchtbaar
F: De tijdsduur tussen de PIEK
van het slijm en het begin van de volgende menstruatie is ongeveer twee
weken. Onvruchtbaarheid begint weer vanaf de vierde dag na de PIEK. Wanneer
vanaf dit moment enig slijm te zien is, zal dit gewoonlijk kleverig zijn
en ondoorzichtig. De eicel is dood. Vlak voor de menstruatie kan het slijm
nat worden. |